Ook in de beplanting zie je grote verschillen in hoogte en vorm. Lage planten groeien langs en soms over het pad, terwijl schermbloemen en lange bloemstelen daar bovenuit steken. Daartussen zorgen grassen voor een fijner en luchtiger beeld.
Kijk bijvoorbeeld naar Angelica sylvestris ‘Vicar’s Mead’. De hoge schermbloemen steken boven een groot deel van de beplanting uit. Heel anders zijn de bloemkransen van Phlomis, de ronde bollen van Allium en de losse bloemhoofdjes van Knautia. Juist door zulke verschillende vormen naast en door elkaar te gebruiken, blijft er overal iets te ontdekken.
De tuin verandert bovendien gedurende het seizoen. In het voorjaar verschijnen onder andere de gele bloemen van Meconopsis en de bollen van Allium. Later nemen andere vaste planten het over en richting de nazomer worden ook de grassen steeds nadrukkelijker zichtbaar.